dinsdag 28 april 2009

Van alles en nog wat

Gisterenavond Cantonees les II. Dacht ik vorige week bij les I nog dat het “moeilijk!” was; gisteren zonk de moed me bijna in de schoenen. Is het eigenlijk wel te doen? Tellen tot honderd lijkt nu een peuleschil (daarom bestaat les I daar waarschijnlijk ook uit). De juf gaat in zeer rap tempo door de lesstof heen en babbelt tussendoor in het Chinees: allerlei woorden en zinnen die ik dan weer niet (zo snel?) in het cursusboek kan terugvinden – ik ben het spoor regelmatig bijster. En al die medecursisten die zogenaamd “geen Cantonees spreken”… Die doen dat stiekem wel! Ze zijn vals bescheiden of schamen zich, omdat ze hier al eeuwen wonen en ze maar een heel klein beetje van de taal weten (opgepikt van de straat en van een eerdere niet afgeronde beginnerscursus Cantonees) maar ze kennen/herkennen dus wel degelijk van alles! Terwijl ik (och arme Calimero) echt van niks weet. De twee dames achter mij hadden bijvoorbeeld niets aan hun huiswerk gedaan en konden gewoon meekomen, terwijl ik de hele week hardop aan het tellen ben geweest (al dan niet met lesboek in de hand en –cd op de oren in verband met de correcte uitspraak en de juiste toonhoogte) en dan nog moet nadenken voordat ik het goede antwoord op de vragen van onze schele juf kan geven. Er zit dus maar één ding op: nog meer huiswerk doen en dat stelletje niet geïntegreerde allochtonen een poepie laten ruiken! Te beginnen vanmiddag, tijdens Bibi’s tweede slaapje.

Over Bibi gesproken: die is sinds kort draak-af! Het is alsof er hier een engeltje is geland. Ze is werkelijk waar allerzoetst: we krijgen bijna nooit meer klappen, gemene kneepjes, of krabjes; ze kust ons vaak, veel en hartstochtelijk en ze is erg opgewekt. Ze huilt weliswaar sneller dan voorheen, maar is dan ook heel snel getroost (ik heb eigenlijk het idee dat ze het soms gewoon wel lekker en gezellig vindt om een beetje zielig te gaan zitten huilen en dan te worden getroost). Ook nieuw: van alles wat je haar geeft, onderzoekt ze tegenwoordig eerst de telefoon-mogelijkheden. Van kartonnen labeltjes uit kleding tot doosjes, flesjes of een leeg karton appelsap. Vorige week zag ik haar ineens heel hard schreeuwen in één van mijn slippers, terwijl ze die tegen haar oor gedrukt hield. Ik was van plan er een foto-serie van te maken, maar heb mijn apparaat niet altijd paraat, dus ben nog niet verder dan deel I: leeg pak appelsap dient als telefoon. (Ook een potentiële fotoserie waarvan ik nog niet verder ben dan deel I: Hongkinese straatnamen die in het Nederlands of Engels ook iets betekenen. Ik heb inmiddels de Hoi Pa Street.)

Meer Bibi: het lijkt erop dat we een oppas hebben gevonden die twee keer in de week met haar naar Pips wil (met dank voor het advies oudste zuster!) en daarnaast nog een avond wil oppassen zodat Bauke en ik samen de Hongkinese hort op kunnen. Een Chinese, dus legaal, die ook nog goed Engels spreekt. Ze heeft een paar jaar in Wenen gewerkt als oppas annex hulp in de huishouding, wat (die Europa-tijd bedoel ik) het wederzijdse begrip waarschijnlijk vergroot, dus dat is mooi meegenomen. We moeten nog wel even haar referenties nagaan, en daar zitten wat haken en ogen aan (want in Wenen en voorlopig alleen bemeelbaar op een adres dat hopelijk nog bestaat en wordt bekeken), maar als dat goed zit, hebben we dus een oppas. Wat die pips betreft: ik dacht daar eerst zelf ook nog wat uit te kunnen halen, maar ik moet zeggen dat ik er geen echte contacten opdoe en inmiddels ook wel een beetje uiïg word van het handarbeiden (want in de praktijk zijn die leuke knutselwerkjes van Bibi natuurlijk van moeders’ hand) en liedjes zingen (twinkle twinkle little star, de wheels on the bus, alfabetsong etcera). Als iemand anders Bibi begeleidt, heb ik die twee middagen voor mezelf en kan ik eventueel ook nog even in mijn eentje thuis pielen zonder dat er iemand is - dus dat is fijn.

En dan nog wat: ook híer is het overmorgen Koninginnedag! Donderdag gaan we naar een receptie bij de consul. Vrijdag is het dag van de arbeid , een nationale feestdag, dus dan is Bauke lekker vrij. We overwegen een tripje naar Macau, het Las Vegas van China. Zaterdag 2 mei is er vrijmarkt voor kinderen, georganiseerd door de Nederlandse vereniging, alweer bij de consul. Ik hoop op haring! Veel haring!







donderdag 23 april 2009

Witte broek

Zou er een natuurkundig dan wel psychologisch verschijnsel aan ten grondslag liggen dat er op bijzonder geliefde, net aangeschafte witte kledingstukken altijd in no time een vlek zit?

Een paar weken geleden kocht ik een goed om mijn kont zittende, precies op de juiste lengte vallende, spierwitte spijkerbroek, waarvan de taille ruim genoeg was, zodat er geen zadel- en buikspekjes over de broekrand heen puilen. Ik was er helemaal mee in mijn nopjes (de combinatie goed om de kont, juist van lengte én geen uitpuilende spekrandjes rond de taille is namelijk vrij uniek) en trok hem meteen aan.

Een paar dagen later gooide ik hem in de was en toen ik hem daar weer uithaalde, zat er een hele grote gemene gele vlek op één van de kontzakken. Had ik er zo’n geeltje in laten zitten, waarop ik de boodschappen had gezet. Shit zeg. En het was nog wel zo’n goeie broek! (Zo niet mijn beste van het moment!) Vlek meteen rijkelijk besprayd met Shout en broek weer in de was gedaan. Vlek werd van intens gemeen geel heel lichtgeel... Hmmm. Nouja, hij kon nog wel, maar van een flashy, spierwitte broek was natuurlijk geen sprake meer.

Op Bali laat ik, twee keer, tijdens het eten, grote kledders kleurrijk voedsel op mijn schoot vallen. Alle twee de keren heb ik natuurlijk die witte broek aan. De Balinese wasserette krijgt de vlekken er beide keren niet uit, dus thuis weer zelf met de Shout in de weer, zonder het gewenste resultaat.

Het is nu toch niet meer zo’n hele witte broek, dus ik kan hem wel aan naar de Pips (waar ik twee keer per week moet “handarbeiden” en altijd op de grond zit) denk ik, terwijl ik me in die broek hijs. Een halfuur voor vertrek zit Bibi bij nog even lekker in haar rompertje bij me op schoot - uitgebreid te kakdrollen! Door haar luier heen! Op mijn toch niet meer zo hele witte broek!

Waarom oh waarom? Waarom niet op mijn zwarte broek? Of op één van mijn vele donkerblauwe spijkerbroeken? Waarom toch steeds op die witte broek? Op die goed om mijn kont zittende, precies op de juiste lengte vallende, spierwitte spijkerbroek, waarvan de taille ruim genoeg is, zodat er geen zadel- en buikspekjes over de broekrand heen puilen? Duimend dat ze de juiste maat nog hebben, ga ik naar de H&M om dan maar nóg zo’n uniek zittend exemplaar aan te schaffen, duur was ‘ie ten slotte niet, mijn beste broek van dit moment, en goddank, ze hebben hem nog!

In mijn kast ligt nu dus die broek, netjes opgevouwen, het prijsje er nog aan, helemaal spierwit te wezen. Aantrekken durf ik niet.

Martin Bril is dood

“Martin Bril is dood”, zegt Bauke vanochtend ineens, terwijl hij over de internetpagina van Telegraaf scrolt. 49 jaar en slokdarmkanker - hij had het al eens eerder gehad en was toen wel genezen. “Het is niet waar??!”, roep ik verbijsterd uit. Dat vind ik echt erg. Dat vind ik nou écht erg.

Toevallig dacht ik gisteren nog aan Martin Bril. Of tenminste, aan één van zijn bundels die ik tien jaar geleden cadeau deed aan een oud studiegenoot Journalistiek. In de zomer van 99, één of twee jaar nadat ik mijn studie had afgerond, kwam ik hem tegen op het Zandvoortse strand. Hij vierde die avond zijn verjaardag en nodigde me daar op de valreep voor uit. Ik heb toen ‘s middags (vermoedelijk op Amsterdam CS), nog die bundel van Bril voor hem gekocht, waarmee hij volgens mij wel blij was. Dat verjaarsfeestje was denk ik de laatste keer dat ik hem zag - niet om het één of ander, maar zo gaan die dingen soms. Daar moest ik aan denken toen ik gisteren ineens op zijn blog (http://deblogger.igorwijnker.nl) stuitte. Zodoende dus.

Ik had een zwak voor Martin Bril. Niet dat ik nou alles van hem las, maar wat ik van hem onder ogen kreeg, raakte me altijd. Hij moest toch een gevoelig hart hebben. En dan Bril's verschijning: zijn fraaie verweerde kop en altijd die mooie kleren. Wat jammer dat we die niet meer te zien krijgen. Ik wist helemaal niet dat hij kanker had, ook niet dat hij het al eens eerder had gehad. En nou issie dood. Sinds gisteren.

Nah.

Ik zal hem missen.